B2 First · Reading & Use of English · Deel 6
Zet de weggehaalde zinnen terug op de juiste plek in de tekst.
Hele zinnen zijn uit een tekst gehaald en jij zet ze terug. Dit is helemaal geen begripsopdracht – het draait om samenhang. Het antwoord wordt bepaald door verwijswoorden, verbindingswoorden en tijdsaanduidingen: een ‘this’ dat ergens naar terug moet wijzen, een ‘however’ dat een contrast vóór zich nodig heeft, een voornaamwoord dat nog geen antecedent heeft.
Werk de gaten af in de volgorde die het makkelijkst is, niet in de volgorde waarin ze staan. Sommige worden beslist door één onmiskenbare koppeling; doe die eerst, dan blijven er voor de rest minder opties over. Lees óver het gat heen – wat erna komt beperkt het antwoord net zo sterk als wat eraan voorafgaat. En controleer altijd de extra optie die nergens past: als die ergens moeiteloos op zijn plek viel, heb je eerder een fout gemaakt.
Omdat het om losse zinnen gaat, is de beslissende aanwijzing meestal één woord: een voornaamwoord, een aanwijzend voornaamwoord, een verbindingswoord. Omcirkel die aan het begin en het eind van elke optie voordat je er een probeert te plaatsen.
Om te voorkomen dat het laatste gat een cadeautje is. Er is altijd één optie meer dan er gaten zijn, dus met eliminatie alleen kom je niet tot het eind – elk gat moet onderbouwd zijn door een echte koppeling in de tekst.
Naar verwijs- en verbindingswoorden aan het begin en het eind van elke optie – ‘this’, ‘such’, ‘these’, ‘instead’, ‘even so’, ‘a year later’. Die koppelen een optie veel betrouwbaarder aan één specifieke plek dan het onderwerp, omdat meerdere opties meestal over hetzelfde onderwerp gaan.